Welk boek is dit?
Kanossa op de klaai *)
Jelle *) is een succesvol ondernemer. Klein van postuur maar zijn wil is wet. Zijn vader, die hem het bedrijf naliet, had het hem goed ingeprent: “Zorg dat je altijd de baas blijft”. Jelle heeft overal zijn connecties en speelt een belangrijke rol in het openbare leven. Kortom een man van aanzien, die rijk is bovendien. Zijn bedrijf kreeg ook met economische tegenwind te maken, maar dankzij een standvastige strategie heeft hij zijn zaakjes altijd goed voor elkaar. Elk jaar, tijdens het hoogseizoen, huurt Jelle een groepje gastarbeiders in. Zij doen hun werk en hij betaalt een marktconform salaris. Zo gaat dat al jaren achtereen, maar dit jaar verloopt alles anders. Jelle moet op zoek naar nieuwe seizoenarbeiders. Hij had referenties gevraagd en dat zat wel goed. Vanaf dag één zit het hem tegen. De mannen komen veel te laat, ze willen in de weekends naar huis en ze zijn veel mondiger dan wat Jelle gewend is. Bij het rondmaken van de deal stellen ze hem zelfs voor een ultimatum. Maar hij is gewend zelf de lakens uit te delen en weigert er op in te gaan. Jelle ergert zicht mateloos; ‘wat een brutale lui, nog niets gedaan en dan al eisen stellen, ze moeten eerst maar eens laten zien wat ze kunnen’.
|
Tot zijn verbazing (of tot zijn spijt?) leveren de mannen prima werk. Maar hij wordt gek van dat geleuter aan zijn hoofd.
Ze kletsen wat af in hun rare taaltje. Met terloopse opmerkingen en subtiele commentaren geven ze indirecte kritiek op Jelle zijn bedrijf.Het vast personeel verbaast zich erover, maar ze houden de kaken op elkaar. Deze gastarbeiders halen hem het bloed onder de nagels vandaan. Jelle is geen spraakzaam type, hij kropt het op. Maar ondertussen broedt hij allerlei plannetjes uit om de mannen hun plek te wijzen, onder het motto ‘niet ouwehoeren maar doorwerken’. De tegenpartij, onder leiding van de goedgebekte Pjotr *), blijft vriendelijk maar geeft tegengas en voert de spanning op. Ondertussen is op hun werk niets aan te merken. Jelle schakelt over op list en bedrog om zijn zin te krijgen, maar wordt zelf het slachtoffer van zijn psychologische oorlogsvoering. Op betaaldag, als de klus erop zit, wil hij de mannen lijmen met drank en lekker eten. Ook deze strategie mislukt. De boel escaleert en de arbeiders vertrekken met ruzie en zonder geld. Wanneer Jelle zich bewust wordt van zijn bedenkelijke rol duurt het nog een hele tijd voordat hij met zichzelf in het reine komt. Na aandringen van zijn vrouw aanvaardt hij de consequenties. Hij gaat diep door het stof (zijn vader moest eens weten…) om de zaak op te lossen. Maar dan slaat het noodlot toe...
|